Conclusie A-G VAN HILTEN 8 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BW5410

Omzetbelasting; - art. 15, lid 1, en art. 35, lid 1, letter b, Wet OB; art. 22, lid 3, letter b, Zesde richtlijn; recht op aftrek; aan de vereisten van vermelding van naam en adres van de leverancier op factuur is voldaan wanneer die leverancier met die gegevens kan worden geïdentificeerd en getraceerd. - art. 9, lid 2, aanhef en letter b, Wet OB en post a.6 Tabel II. Heeft Hof toepassing van nultarief voor naar het Verenigd Koninkrijk overgebrachte goederen terecht geweigerd? - Hof heeft ten onrechte het beroep op het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 24 april 1991, V-N 1991, blz. 1294, niet behandeld. - Procesorde: ter zitting aangevoerde stelling is niet tardief; aanbod getuigenbewijs op onjuiste grond gepasseerd. - Oordeel van Hof over plegen van btw-fraude is onvoldoende gemotiveerd. - Prejudiciële vraag over het recht op aftrek en betrokkenheid bij btw-fraude.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen