Conclusie A-G Niessen 14 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:789
Belanghebbende is door zijn werkgever in 2005 aangewezen als boventallig. De dienstbetrekking is op 1 november 2008 beëindigd. Belanghebbende houdt gedurende de zoektermijn recht op loonbetaling. In geschil is of belanghebbende in 2006 in aanmerking komt voor de arbeidskorting en of de leer van de interne compensatie juist is toegepast. Volgens rechtbank Leeuwarden heeft belanghebbende geen recht op de arbeidskorting. Hof Arnhem overwoog dat het vervullen van re-intergratieverplichtingen niet kan worden aangemerkt als tegenwoordige arbeid. Belanghebbende heeft volgens het hof ten onrechte de arbeidskorting toegepast gekregen. Interne compensatie is mogelijk, aldus het hof. De arbeidskorting geldt voor de belastingplichtige die met tegenwoordige arbeid loon geniet. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is voor het onderscheid tussen loon uit tegenwoordige arbeid en loon uit vroegere arbeid bepalend of het loon ten nauwste verband houdt met bepaalde verrichte arbeid of met in een bepaald tijdvak verrichte arbeid, dan wel of het loon slechts meer algemeen zijn oorzaak vindt in het in het verleden verricht zijn van arbeid. Volgens A-G Niessen heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de doorbetaling van het loon niet een tegenprestatie is voor de verplichte re-integratiewerkzaamheden. Het vereiste nauwe verband tussen de verrichte arbeid en het loon is niet aanwezig. De loondoorbetaling vindt klaarblijkelijk haar oorzaak in de omstandigheid dat voorheen waardevolle arbeid is verricht voor de werkgever, aldus de A-G. Op grond van de wettekst van artikel 8.11, lid 2, slotzin Wet IB 2001 heeft de werknemer in de inkomstenbelasting recht op ten minste de arbeidskorting die volgens artikel 22a Wet LB 1964 is toegekend. Deze bepaling kan er volgens de A-G niet toe leiden dat een correctie van de arbeidskorting in de inkomstenbelasting in onderhavige situatie achterwege blijft. De bepaling is bedoeld voor divergenties in de arbeidskorting die haar oorzaak vinden in het verschil in heffingstechniek tussen inkomstenbelasting (jaarbasis) en loonbelasting welke gelden in het inkomenstraject waarover de arbeidskorting wordt opgebouwd De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 22 november 2000 beslist dat interne compensatie niet is toegestaan tussen een belasting- en premiecomponent. De arbeidskorting bestaat uit een belasting- en een premiedeel. Interne compensatie is volgens de A-G alleen mogelijk voor het belastingdeel van de arbeidskorting. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de belanghebbende gegrond dient te worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl