Conclusie A-G Keus 16 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ2213
Nederlands Mededingingsrecht. Vraag of een als duurovereenkomst te kwalificeren overeenkomst tot stand is gekomen; eenzijdige gerichte rechtshandelingen als de opzegging van een duurovereenkomst kunnen ook getroffen worden door de nietigheidssanctie van art. 6 lid 2 Mededingingswet; opzegging duurovereenkomst in strijd met art. 6 Mededingingswet leidt tot absolute nietigheid en behoeft niet aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid te worden getoetst; opzegging duurovereenkomst als sluitstuk van onderling afgestemde feitelijke gedraging; merkbaarheidsvereiste; de omstandigheid dat er sprake is van een doelbeperking rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat een concurrentiebeperking altijd als merkbaar dient te worden gekwalificeerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 24 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 25 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:217 BW6
- Artikel 3:37 BW3
- Artikel 3:40 BW3
- Artikel 1 Mededingingswet
- Artikel 2 Mededingingswet
- Artikel 6 Mededingingswet
- Artikel 7 Mededingingswet
- Artikel 12 Mededingingswet
- Artikel 13 Mededingingswet
- Artikel 101 VWEU