Art. 2 VWEU, CATEGORIEËN EN GEBIEDEN VAN BEVOEGDHEDEN VAN DE UNIE
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
1. In de gevallen waarin bij de Verdragen op een bepaald gebied een exclusieve bevoegdheid aan de Unie wordt toegedeeld, kan alleen de Unie wetgevend optreden en juridisch bindende handelingen vaststellen, en kunnen de lidstaten zulks slechts zelf doen als zij daartoe door de Unie gemachtigd zijn of ter uitvoering van de handelingen van de Unie.
2. In de gevallen waarin bij de Verdragen op een bepaald gebied een bevoegdheid aan de Unie wordt toegedeeld die zij met de lidstaten deelt, kunnen de Unie en de lidstaten wetgevend optreden en juridisch bindende handelingen vaststellen. De lidstaten oefenen hun bevoegdheid uit voor zover de Unie haar bevoegdheid niet heeft uitgeoefend. De lidstaten oefenen hun bevoegdheid weer uit voor zover de Unie besloten heeft haar bevoegdheid niet meer uit te oefenen.
3. De lidstaten coördineren hun economisch en werkgelegenheidsbeleid overeenkomstig de in dit Verdrag gestelde nadere regels, die de Unie bevoegd is vast te stellen.
4. De Unie is bevoegd om, overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie, een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te bepalen en te voeren, met inbegrip van de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid.
5. Op bepaalde gebieden en onder de bij de Verdragen gestelde voorwaarden is de Unie bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen, zonder evenwel de bevoegdheid van de lidstaten op die gebieden over te nemen. De juridisch bindende handelingen van de Unie die op grond van de bepalingen van de Verdragen over die gebieden worden vastgesteld, kunnen generlei harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inhouden.
6. De omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden geregeld door de bepalingen van de Verdragen over ieder van die gebieden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 29 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:4394
- ABRvS 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:75
- Rb. Den Haag 12 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14010
- Conclusie A-G IJzerman 18 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:616
- CBb 8 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:470
- ABRvS 22 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1755
- ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2400
- ABRvS 30 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM9639
- Rb. Haarlem 2 februari 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BM6242
- Rb. Den Haag 16 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26762
- Rb. Den Haag 13 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3825
- Rb. Den Haag 17 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11013
- Rb. Den Haag 23 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15692
- Rb. Den Haag 4 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14502
- Rb. Den Haag 4 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14501
- Rb. Den Haag 28 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7065
- Rb. Den Haag 28 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6726
- Conclusie A-G IJzerman 25 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:177
- CRvB 4 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA0789
- CBb 9 augustus 2022, ECLI:NL:CBB:2022:515