Conclusie A-G Wesseling-van Gent 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO1818

Procesrecht. Vervallenverklaring van instantie na drie jaar na vernietiging en verwijzing door Hoge Raad in een vóór invoering nieuw procesrecht, per 1 januari 2002, ingezette procedure. Uit art. VII lid 1 Wet tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken volgt dat op procedures die bij rechtbank, hof of Hoge Raad aanhangig waren vóór 1 januari 2002, het oude procesrecht van toepassing blijft totdat de instantie is geëindigd met een eindvonnis of eindarrest (vgl. o.m. HR 13 oktober 2006, NJ 2006/562). Indien het geding in cassatie dat uitgemond is in de vernietiging en verwijzing na 1 januari 2002 aanhangig is gemaakt, blijft de in (het ongewijzigde) art. 424 Rv. bedoelde procedure na verwijzing evengoed de voortzetting van de onvoltooide instantie die voorafging aan het cassatiegeding. Hof hoefde geen nadere roldatum te bepalen. Is de procedure na cassatie en verwijzing niet bij de verwijzingsrechter aanhangig gemaakt, dan is die niet voortgezet in de zin van art. 279 lid 1 (oud) Rv. Wie in cassatie verstek laat gaan, dient zich op de hoogte te stellen van het resultaat van het cassatieberoep en, zo nodig, ervoor zorg te dragen dat de procedure na verwijzing tijdig wordt voortgezet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen