Conclusie A-G Langemeijer 3 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO0198
Strafrecht. Vervolging van ambtsmidrijven; beklag bij Hoge Raad over het niet-vervolgen van twintig met name genoemde (voormalige) ministers, staatssecretarissen en leden van de Staten-Generaal en van “alle overige leden van het Nederlandse kabinet en de tweede kamer die op enigerlei wijze draagvlak gecreëerd hebben voor militaire acties in Irak; ingevolge art. 119 Grondwet en art. 76 RO staan (gewezen) ministers, staatssecretarissen en leden van de Staten-Generaal wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, in eerste en hoogste ressort terecht voor de Hoge Raad; opdracht tot vervolging ter zake van die misdrijven ingevolge de voormelde (grond)wettelijke voorschriften kan echter slechts worden gegeven bij Koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer; Hoge Raad onbevoegd om opdracht tot vervolging van de desbetreffende ambtsmisdrijven te geven; (HR 19 oktober 2007, nr. R07/019, LJN BA8454, NJ 2008/26); klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.
De uitspraak op rechtspraak.nl