Conclusie A-G Langemeijer 21 mei 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL7407
Familierecht. Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind. Hoofdverblijfplaats kind. Overgangsrecht. Beëindiging samenleving ongehuwde ouders van wie het gezag op de voet van art. 1:252 lid 1 BW is aangetekend in het in art. 1:244 BW bedoelde gezagsregister. Op verzoeken die zijn ingediend vóór datum inwerkingtreding wet zijn nieuwe processuele vereisten niet van toepassing. De in art. 1:253a lid 3 BW voorziene aanhouding is een nieuw processueel vereiste. Rechter hoeft niet in verband met de inwerkingtreding van deze wet steeds uit te gaan van een gelijke verdeling van de hoofdverblijfplaats van het kind en van een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen beide ouders. Door wetgever tot uitgangspunt genomen gelijkwaardigheid tussen beide ouders brengt niet mee dat bij beslissing over hoofdverblijfplaats van minderjarig kind en verdeling zorg- en opvoedingstaken het belang van het minderjarige kind niet het zwaarst zou mogen wegen. De in art. 1:247 BW neergelegde gelijkwaardigheid van de ouders verplicht niet tot een gelijke (50%-50%) verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 815 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 74 Overgangswet NBW
- Artikel 1:247 BW1
- Artikel 1:247a BW1
- Artikel 1:251 BW1
- Artikel 1:252 BW1
- Artikel 1:253a BW1
- Artikel 1:377a BW1
- Artikel 1:377c BW1
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 14 EVRM
- Artikel 3 IVRK
- Artikel 9 IVRK
- Artikel 18 IVRK