Conclusie A-G Spier 27 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ6596
Arbeidsrecht; kennelijk onredelijk ontslag ex art. 7:681 BW. Beoordeling van een vordering ex art. 7:681 lid 1 en 2 vergt dat eerst, aan de hand van alle omstandigheden van het geval, wordt vastgesteld dat het ontslag kennelijk onredelijk is; de enkele omstandigheid dat de werkgever de werknemer geen vergoeding heeft aangeboden, maakt het ontslag nog niet kennelijk onredelijk. Vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag is vergoeding wegens geleden schade, en heeft daarmee een ander karakter dan vergoeding naar billijkheid ex art. 7:685 lid 8. Bij vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag mogen kantonrechtersformule, en generieke korting daarop, daarom niet worden toegepast. Motiveringseisen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 100 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 407 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 19 Gw
- Artikel 20 Gw
- Artikel 7:681 BW7
- Artikel 7:682 BW7
- Artikel 7:685 BW7
- Artikel 22 UVRM
- Artikel 23 UVRM
- Artikel 25 UVRM
- Artikel 16 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 23 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 1 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 4 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 12 Europees Sociaal Handvest