Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 5 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH2822
Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid effecteninstelling wegens schending zorgplicht bij aanbieden effectenleaseproduct (‘Sprintplan’) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico en niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken. Strekking bijzondere zorgplicht; misleidende reclame bij aanbieden van effectenlease-product in brochure (art. 6:194 BW)?, maatstaf, onderzoeksplicht consument, gezichtspunten; vernietigbaarheid wegens strijd met Bte 1995 en strijd met openbare orde als bedoeld in art. 3:40 lid 1 BW?, strekking van art. 25 en 36 Bte 1995; Wet op het consumentenkrediet niet van toepassing op effectenlease-overeenkomst. Collectieve actie (art. 3:305a lid 1 BW), bestaan van zich voor bundeling lenend gelijksoortig belang, ontbreken schade bij enkele deelnemers doet niet af aan schending bijzondere zorgplicht. Samenhang met nrs. 07/11290 en 08/03771.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1 WED
- Artikel 1:88 BW1
- Artikel 1 WCK
- Artikel 4 WCK
- Artikel 9 WCK
- Artikel 26 WCK
- Artikel 69 WCK
- Artikel 70 WCK
- Artikel 6:98 BW6
- Artikel 6:99 BW6
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 6:194 BW6
- Artikel 6:248 BW6
- Artikel 7:401 BW7
- Artikel 3:2 BW3
- Artikel 3:6 BW3
- Artikel 3:12 BW3
- Artikel 3:40 BW3
- Artikel 3:305a BW3