Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 5 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH2811
Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid Bank wegens schending zorgplicht bij aanbieden restschuldproduct (Hefboomeffect) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico, niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken en niet het aangaan van de overeenkomst te ontraden. Strekking bijzondere zorgplicht; causaal verband, toerekening in zin van art. 6:98 BW, stelplicht- en bewijslastverdeling; terugbetalingsplicht Bank van rente- en aflossingscomponent?, eigen schuld particuliere afnemer, gezichtspunten; schadeverdeling (40/60); dwaling, geen schending van mededelingsplicht bij tijdige en voldoende duidelijke inlichtingen over wezenlijke kenmerken van overeenkomst (art. 6:228 lid 1 onder b BW); misleidende reclame bij aanbieden van effectenlease-product in brochure (art. 6:194 BW)?, maatstaf; vernietigbaarheid wegens misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 1 en 4 BW)? Wet op het consumentenkrediet niet van toepassing op een effectenlease-overeenkomst. Collectieve afwikkeling massaschade, op voet van art. 7:907 BW verbindend verklaarde vaststellingsovereenkomst niet zonder meer gelijk te stellen met de in Nederland levende rechtsovertuiging als bedoeld in art. 3:12 BW, strekking van opt-out-mogelijkheid (art. 7:908 lid 2). Samenhang met nrs. 08/03771 en 08/00909.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:88 BW1
- Artikel 6:98 BW6
- Artikel 6:99 BW6
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:195 BW6
- Artikel 6:217 BW6
- Artikel 6:228 BW6
- Artikel 6:248 BW6
- Artikel 6:278 BW6
- Artikel 7:17 BW7
- Artikel 7:401 BW7
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 11 Wte
- Artikel 20 Bte 1995
- Artikel 24 Bte 1995
- Artikel 36 Bte 1995
- Artikel 1:1 Wft
- Artikel 4:18a Wft