Conclusie A-G Langemeijer 15 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ1112
Bopz; verlening van een observatiemachtiging op de voet van art. 14h Wet Bopz in verband met art. 5 EVRM slechts aanvaardbaar indien op grond van de overgelegde medische verklaring met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat de betrokkene aan een in het kader van de observatie nader te onderzoeken stoornis van de geestvermogens lijdt en het ernstige vermoeden bestaat dat die stoornis hem gevaar voor zichzelf doet zijn; schending van hoorplicht als bedoeld in art. 8 lid 1 omtrent een na kennelijke toepassing van art. 8a Wet Bopz gewijzigd verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 28 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 286 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 290 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 398 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 426 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 426a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 427a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 428 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 429 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1 Wet BOPZ
- Artikel 2 Wet BOPZ
- Artikel 8 Wet BOPZ
- Artikel 8a Wet BOPZ
- Artikel 9 Wet BOPZ
- Artikel 10 Wet BOPZ
- Artikel 14h Wet BOPZ
- Artikel 14i Wet BOPZ
- Artikel 35a Wet BOPZ
- Artikel 53 Wet BOPZ