Conclusie A-G Knigge 21 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU3477

Invoer van draadloze telefoons in Nederland vanuit Taiwan en opslag ter distributie in Nederland van deze telefoons die niet voldoen aan de krachtens art. 10.1 of 10.2 Telecommunicatiewet gestelde voorschriften. De ec. pr heeft verdachte vrijgesproken. Bij gebreke van een bewezenverklaring is hij ex art. 350 Sv dus niet toegekomen aan de vraag of sprake was van een strafbaar feit. Nu echter ex art. 36b.1.3º Sr de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen telefoons is bevolen, was - nu die bepaling eist dat enig strafbaar feit is begaan - het gemotiveerde verweer dat art. 10.5.1 Telecommunicatiewet onverbindend is wegens strijd met de Europese regelgeving, van belang en had de ec. pr daarop een met redenen omklede beslissing moeten geven. Het ontbreken van zo’n beslissing leidt echter niet tot cassatie aangezien dat verweer slechts had kunnen worden verworpen. De wetgever heeft m.b.t. het begrip ‘in de handel brengen’ ex art. 10.5 Telecommunicatiewet aansluiting gezocht bij de systematiek van de terzake geldende Europese regelgeving. Het in art. 10.5.1 Telecommunicatiewet vervatte verbod is - naar niet voor redelijke twijfel vatbaar is - niet i.s.m. de terzake geldende Europese richtlijnen, waaronder thans Richtlijn 1999/5/EG.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen