Conclusie A-G Wesseling-van Gent 25 november 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AU1955
Geschil over de vergoeding van schade door bodemverontreiniging; ontvankelijkheid van beroep in cassatie, wederpartij in de vorige instantie die door juridische fusie is opgehouden te bestaan, dagvaarding van een niet-bestaande procespartij?, onjuiste partijaanduiding?, geen belang bij beroep op onjuiste tenaamstelling in dagvaarding; verval van instantie, schorsing van rechtswege door verlies betrekking procureur (art. 254 sub 4 oud Rv.)?, verlenging van termijn ex art. 279 lid 2 oud Rv.?, zaak in staat van wijzen gebleven wanneer na afloop van pleidooien arrest wordt gevraagd en i.v.m. schikkingsonderhandelingen op de rol naar een latere datum wordt verwezen voor uitlating royement?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 47 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 63 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 225 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 226 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 228 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 229 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 255 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 256 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 258 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 259 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 279 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 282 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 284 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering