Conclusie A-G Vellinga 5 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8856
Eisen aan verweer ex art. 359a Sv. Het middel, dat ervan uitgaat dat een op art. 359a Sv gegrond en voldoende gemotiveerd verweer is gevoerd, mist feitelijke grondslag. In het aangevoerde ("Voorts stelt de raadsman dat de aanhouding, overeenkomstig het oordeel van de r-c onrechtmatig is geweest, omdat sprake lijkt te zijn van een aanhouding buiten heterdaad door een ander dan een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar") is niet duidelijk en gemotiveerd a.d.h. van de factoren vermeld in art. 359a Sv aangegeven tot welk rechtsgevolg het vermeende verzuim zou moeten leiden (HR NJ 2004, 376, LJN AM2533).
De uitspraak op rechtspraak.nl