Conclusie A-G Vellinga 8 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7621
Het Nederlands voorbehoud bij art. 2 Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven (Trb. 1990, 172) t.z.v. fiscale delicten heeft betrekking op naar het recht van de verzoekende en aangezochte staat als fiscale delicten te kwalificeren feiten, die als zodanig strafbaar zijn gesteld, en niet op daarmede verband houdende feiten. Het oordeel van de rb dat de inbeslagneming onrechtmatig is omdat de feiten “fiscaal van aard” zijn, is niet juist omdat het feiten betreft die naar Belgisch recht als “heling-witwas” worden beschouwd en die ook naar Nederlands recht als een soortgelijk commuun delict kunnen worden aangemerkt waarvoor ex art. 13a WOTS inbeslagneming kan plaatsvinden.
De uitspraak op rechtspraak.nl