Conclusie A-G Wesseling-van Gent 19 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8273
19 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/108HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], in zijn hoedanigheid van hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, voorheen genaamd de Binnenlandse Veiligheidsdienst, werkzaam te Leidschendam, EISER tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen, e n 2. DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken), gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. G.J.H. Houtzagers. 1. Het geding in feitelijke instanties
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 165 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 189 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 191 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 337 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 401a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 429n Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 78 RO
- Artikel 95 RO
- Artikel 6 EVRM