Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 8 mei 2007, ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG9156
Hof stelt voorop dat art. 263a Rv zich niet verzet tegen tussentijds appel van een in kort geding gewezen tussenvonnis. De aard van het kort geding brengt mee dat niet spoedig een tussenvonnis met eindbeslissingen wordt gewezen, maar gebeurt het, dan verzet in beginsel evenmin de aar van het kort geding dat er op korte termijn vergunning tot tussentijds appel kan worden verleend. In onderhavige geval bestaat in concreto tegen de indiening van een verzoek geen voldoende zwaarwegend bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl