Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 april 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:56

Aan belanghebbende is ter zake van de exploitatie van hazardspelen een vergunning verleend. Belanghebbende heeft vanaf 2013 aangiften gedaan en speelvergunningsrecht voldaan uitgaande van de netto-ontvangst (‘de win’). Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen speelvergunningsrecht opgelegd over alle kwartalen van 2013 tot en met 2016. Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de naheffingsaanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Uit door belanghebbende overgelegde stukken blijkt dat de door de heffingsambtenaar in aanmerking genomen ‘bill drop’, bezien over alle kwartalen waarover is nageheven, per saldo iets lager is dan de daadwerkelijk gerealiseerde ‘bill drop’. Voorts is bij de naheffing (ten onrechte) geen rekening gehouden met de eerder aangegeven en afgedragen bedragen speelvergunningsrecht. Dit brengt mee dat de opgelegde naheffingsaanslagen voor een aantal kwartalen tot een te hoog bedrag zijn opgelegd. De naheffingsaanslagen dienen te worden verminderd (zie 5.14). Belanghebbende heeft op generlei wijze aannemelijk gemaakt dat zij (immateriële) schade heeft geleden die een rechtstreeks gevolg is van deze naheffingsaanslag. Daarom bestaat geen recht op schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken