Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 oktober 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:406

Belanghebbende exploiteert een casino waarin speelautomaten met zogenoemde billacceptors zijn opgesteld. In hoger beroep is in geschil of de naheffingsaanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Belanghebbende stelt dat bij haar door een aan haar gedane toezegging door de heffingsambtenaar, het in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt dat de heffingsgrondslag voor het speelvergunningsrecht dient te worden vastgesteld op de ‘win’ en dat dit vertrouwen niet rechtsgeldig is opgezegd door de brief van de heffingsambtenaar van 2 juni 2017. Het Hof oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Met de feiten en omstandigheden die belanghebbende in eerste aanleg en in hoger beroep heeft aangevoerd is niet aannemelijk geworden dat aan haar een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan dat ‘de win’ als heffingsgrondslag zou gelden. Subsidiair stelt belanghebbende dat de door het Gerecht vastgestelde heffingsgrondslag in strijd is met de eerdere rechtspraak over de fiscale behandeling van de bucketdrop. Het Hof sluit zich aan bij de uitspraak van het Gerecht weergegeven oordeel dat bij speelautomaten met een billacceptor, de zogenoemde ‘bill drop’ als ‘brutobedrag der ontvangsten’ van het casino dient te worden aangemerkt. Daartoe wordt dus niet gerekend de invoer van de zogenoemde ‘cash-out tickets’, op welke tickets de aan de speler uitbetaalde (gewonnen) credits staan. Het hoger beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken