Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 23 februari 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:14

Belanghebbende exploiteert een casino op Sint Maarten. De Inspecteur heeft voor de jaren 2008 tot en met 2011 het bedrag aan fooien waarover belanghebbende loonbelasting en premies AOV/AWW en AVBZ moest afdragen, vastgesteld op tien procent van de omzet over ieder van die jaren. Na verwijzing is in geschil of, en zo ja in hoeverre, de naheffingsaanslagen en de boeten terecht zijn opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vragen of de in de Ministeriele beschikking fooien (Beschikking) van 3 augustus 2007 opgenomen regeling onverbindend moet worden verklaard en of het vertrouwensbeginsel geschonden is. Het Hof oordeelt dat uit hetgeen door de Inspecteur naar voren is gebracht niet kan worden afgeleid dat er sprake is geweest van een onderzoek naar de gronden van de waarderingsregel waarop de Minister heeft kunnen vaststellen dat het in de Beschikking genoemde percentage van de omzet als grondslag voor de loonheffing zal leiden tot een resultaat dat voldoende verband houdt met de fooien die in casino's op Sint Maarten werkelijk plegen te worden ontvangen. Dit betekent dat de in de Beschikking opgenomen regeling onverbindend is. Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld kan het enkele gegeven dat de Beschikking voorziet in een tegenbewijsregeling de onverbindendheid van de Beschikking niet opheffen. Het antwoord op de vraag of het vertrouwensbeginsel is geschonden kan in het midden blijven. Het Hof vernietigt de naheffingsaanslagen en boeten. Het hoger beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken