Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 januari 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:59
Belanghebbende drijft een huisartsenpraktijk. In geschil is de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de naheffingsaanslag 2011, of de naheffingsaanslagen voor de jaren 2011 tot en met 2015 terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd, en of de boete voor het jaar 2012 terecht en tot het juiste bedrag opgelegd is. Het bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag 2011 is buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend en is dus terecht door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Maandelijks wordt door belanghebbende een bedrag aan als ‘salary’ uitbetaald aan de directeur-groot-aandeelhouder (dga). Volgens de dga is een groot deel van deze betaling aan te merken als dividend, zodat daarover geen loonbelasting is verschuldigd. Volgens het Gerecht heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat de maandelijks aan de directeur-grootaandeelhouders uitbetaalde bedragen niet als loon maar als dividend moeten worden aangemerkt. Het Hof neemt de beslissing en de gronden waarop deze berust over en maakt die tot de zijne. De naheffingsaanslagen loonbelasting zijn derhalve terecht opgelegd. Hetgeen het Gerecht omtrent het gehanteerde tarief en de brutering heeft overwogen acht het Hof juist. Ook hetgeen het Gerecht omtrent de boete heeft overwogen acht het Hof juist.
De uitspraak op rechtspraak.nl