Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 17 maart 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:51
Belanghebbende is van 15 april 2014 tot 24 juni 2015 directeur geweest van de NV. Bij beschikking van 22 november 2016 heeft de Ontvanger belanghebbende als gewezen bestuurder aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven aanslagen winstbelasting van de NV. In geschil is of de Ontvanger belanghebbende terecht en op goede gronden (hoofdelijk) aansprakelijk heeft gesteld. Volgens de Ontvanger zijn de omstandigheden of (1) de aanslag opeisbaar is en of (2) de belastingplichtige in gebreke is niet relevant voor de hoofdelijke aansprakelijkheid. Een bestuurder is niet alleen hoofdelijk aansprakelijk voor een geformaliseerde belastingschuld maar ook voor een materiële belastingschuld. Het Hof oordeelt dat de Ontvanger belanghebbende terecht en op goede gronden hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de winstbelastingschulden van 2007 en 2008 van in totaal Afl. 758.028 en het bedrag van de aansprakelijkstelling op dit bedrag dient te worden vastgesteld. Het door de Ontvanger ingestelde hoger beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde uitspraken
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 oktober 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:164
- Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) 3 september 2008, ECLI:NL:ORBBNAA:2008:BR5565
- HR 20 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2588