Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 13 februari 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:28
In geschil is of de drie onroerende zaken aan te merken zijn als drie afzonderlijke, zelfstandige, woningen en daardoor recht bestaat op een vrijstelling van de onroerende zaak en of het tarief van 10% dat voor hotels geldt van toepassing is. Het Hof is van oordeel dat de onroerende zaken niet aangemerkt worden als zelfstandige woningen, omdat een keuken en vaste keukenvoorzieningen ontbreken. Het verlaagde hoteltarief is op grond van artikel 4.9 van de BBES van toepassing indien sprake is van een hotel dat wordt geëxploiteerd door een niet-natuurlijk persoon. Naar het oordeel van het Hof komt belanghebbende niet in aanmerking voor het verlaagde tarief. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van het Gerecht is bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl