Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 februari 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:115
Evenals het Gerecht is het Hof van oordeel dat de onroerende zaken niet zijn aan te merken als zelfstandige woningen in de zin van artikel 4.10, lid 1 BBES. Ook de (exclusieve) beschikbaarheid tot genoemde keukenvoorzieningen door belanghebbende maakt het oordeel van het Hof dat geen sprake is van zelfstandige woningen niet anders. De onroerende zaken worden hoofdzakelijk, wellicht nagenoeg het gehele jaar, ter beschikking gesteld aan gasten, anderen dan belanghebbende, die geen toegang hebben tot de door belanghebbende genoemde keukenvoorzieningen. Voorts oordeelt het Hof dat belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Met het enkel noemen van een aantal andere accommodaties, zonder nadere toelichting of onderbouwing, acht het Hof belanghebbende niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast.
De uitspraak op rechtspraak.nl