Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 23 oktober 2024, ECLI:NL:OGEAC:2024:312
Onderzoek Intermedio. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren voor het medeplegen van gijzeling. Het slachtoffer is door de verdachte en zijn mededaders tegen diens wil meegevoerd in een auto. Hij is mishandeld, beroofd, bedreigd met de dood en gedurende enkele uren vastgehouden. Daarnaast heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van op vuurwapens gelijkende voorwerpen. Onder meer de belastende verklaring van getuigen in samenhang met de omstandigheid dat de verdachte de auto waarin het slachtoffer is ontvoerd had gehuurd, de bevindingen op camerabeelden en de voor het bewijs gebezigde geanalyseerde informatie van zendmast-, locatie- en historische telefoongegevens van de telefoonnummers van de verdachte, bevestigen de betrokkenheid van de verdachte bij de gijzeling van en de diefstal met geweld en daarmee samenhangend vuurwapenbezit. Door de verdachte werd geen aannemelijke dan wel redelijke verklaring gegeven die de redengevendheid van de feiten en omstandigheden voor het bewijs ontzenuwt. De omstandigheid dat de verdachte blijkens zijn strafkaart niet eerder onherroepelijk is veroordeeld en dat hij nog relatief jong is, heeft in zijn voordeel meegewogen. De verdachte heeft zich ‘kennelijk’ aan de eerdere veroordeling weinig gelegen laten liggen, heeft in zijn nadeel meegewogen. Een beslissing op de door de aangever op voorhand ingediende vordering, ter zake van geleden schade door het aan de verdachte ten laste gelegde handelen, kan ingevolge artikel 374 lid 3 Sv niet worden genomen, nu de aangever noch zijn gemachtigde ter terechtzitting zijn verschenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl