Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 23 oktober 2024, ECLI:NL:OGEAC:2024:311
Onderzoek Intermedio. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren voor het medeplegen van gijzeling. Het slachtoffer is door de verdachte en zijn mededaders tegen diens wil meegevoerd in een auto. Hij is mishandeld, beroofd, bedreigd met de dood en gedurende enkele uren vastgehouden. Daarnaast heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van op vuurwapens gelijkende voorwerpen. Onder meer de belastende verklaring van een getuige in samenhang met de bevindingen op camerabeelden en de voor het bewijs gebezigde geanalyseerde informatie van zendmast-, locatie- en historische telefoongegevens van de telefoonnummers van de verdachte, bevestigen de betrokkenheid van de verdachte bij de gijzeling van en de diefstal met geweld en daarmee samenhangend vuurwapenbezit. De verdachte heeft in het voorbereidend onderzoek telkens een beroep op zijn recht om te zwijgen gedaan en stellig alle betrokkenheid ontkend. Alternatief scenario waaraan op geen enkele wijze handen en voeten is gegeven, dat nadat het dossier gereed was en pas tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak ter terechtzitting door verdachte naar voren is gebracht kon niet in een eerder stadium worden geverifieerd, is niet aannemelijk geworden. De omstandigheid dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en vervolgens een gedeelte van die voorwaardelijk aan hem opgelegde gevangenisstraf heeft uitgezeten. De verdachte heeft zich ‘kennelijk’ aan de eerdere veroordeling weinig gelegen laten liggen, heeft in zijn nadeel meegewogen. Een beslissing op de door de aangever op voorhand ingediende vordering, ter zake van geleden schade door het aan de verdachte ten laste gelegde handelen, kan ingevolge artikel 374 lid 3 Sv niet worden genomen, nu de aangever noch zijn gemachtigde ter terechtzitting zijn verschenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl