Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 4 oktober 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:226
Mevrouw [D] houdt middellijk de helft van de aandelen in belanghebbende. Vaststaat dat [D] werkzaamheden voor belanghebbende heeft verricht en dat belanghebbende in de jaren 2013 tot en met 2016 in rekening courant met [D] bedragen heeft verwerkt onder de benaming ‘management fee’. Dat brengt, naar het oordeel van het Gerecht, mee dat de door belanghebbende in rekening courant verwerkte bedragen een tegenprestatie vormen voor de door [D] verrichte werkzaamheden. Deze vergoeding – in de vorm van een rekeningcourantvordering op belanghebbende – behoort derhalve tot het loon dat [D] uit haar dienstbetrekking bij belanghebbende heeft genoten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11 februari 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:26
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54
- Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) 31 januari 1995, ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU4881
- HR 19 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4481