Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 januari 2026, ECLI:NL:OGEABES:2026:5
Verzoek om toestemming voor medische behandeling in Nederland op grond van artikel 10, vierde lid, van het Besluit zorgverzekering BES en vaststelling van het te vergoeden bedrag. Het beroep is gegrond omdat ten onrechte een hoorzitting heeft plaatsgevonden. De minister heeft voor de bepaling van het te vergoeden bedrag terecht aangesloten bij een offerte en de drietrapsbenadering van artikel 2.2a van de Regeling aanspraken zorgverzekering BES (Raz BES) juist toegepast door uit te gaan van de tarieven van een gecontracteerde zorgaanbieder in Curaçao. Artikel 2.2a van de Raz BES is niet in strijd met artikel 1 van de Grondwet. De overgelegde offerte is echter onvoldoende gespecificeerd en voldoet niet aan artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Raz BES. De minister had een nadere specificatie moeten verlangen voordat toestemming werd verleend. Nu een verpleegdag ten onrechte niet is vergoed, bestaat geen aanleiding de rechtsgevolgen in stand te laten. Het Gerecht voorziet zelf in de zaak en stelt het te vergoeden bedrag gekoppeld aan de toestemming vast.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 december 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:105
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 december 2012, ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY7691
- OGHACMB, ECLI:NL:OGHACMB:2021:2780