Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 17 april 2024, ECLI:NL:OGEABES:2024:39
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) de verkoop van cocaïne gedurende twee jaren, het bezit van cocaïne en hennep en het verbouwen van cannabisplanten. Schending artikel 3 EVRM leidt tot strafvermindering. Verkoop van hennep wordt niet strafbaar gesteld in Opiumwet 1960 BES, de verkoop van hennep is daarom wel bewezen maar niet strafbaar. Vanwege de schending van artikel 3 EVRM zal het Gerecht in deze zaak strafvermindering voor de duur van één maand toepassen. Dit betekent dat het Gerecht in plaats van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden zal opleggen, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 387 Sv
- Artikel 413 Sv
- Artikel 1 Opiumwet 1960 BES
- Artikel 2a Opiumwet 1960 BES
- Artikel 3 Opiumwet 1960 BES
- Artikel 4 Opiumwet 1960 BES
- Artikel 11 Opiumwet 1960 BES
- Artikel 17a Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 17b Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 17c Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 31 Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 35 Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 49 Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 58 Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 59 Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 413 Wetboek van Strafrecht BES
- Artikel 3 EVRM