Art. 17a Wetboek van Strafrecht BES, Straffen
In geval van veroordeling tot gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, of tot geldboete, kan de rechter daarbij tevens zowel ten aanzien van die straf als ten aanzien van de opgelegde bijkomende straffen het bevel geven, dat deze geheel of voor een door hem te bepalen gedeelte niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij hij later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een bij het bevel te bepalen proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd zich op andere wijze heeft misdragen of een bijzondere voorwaarde, welke bij het bevel mocht zijn gesteld, niet heeft nageleefd.
In geval van veroordeling tot gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, met toepassing van het eerste lid, kan de rechter tevens geldboete opleggen. De geldboete bedraagt ten hoogste USD 8.400 bij feiten, waarop een gevangenisstraf van niet meer dan een jaar of hechtenis is gesteld, en ten hoogste USD 16.800 bij feiten, waarop gevangenisstraf van meer dan een jaar is gesteld.
Het eerste lid vindt bij veroordeling tot geldboete in zaken van belastingen geen toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 juni 2022, ECLI:NL:OGEABES:2022:26
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 augustus 2019, ECLI:NL:OGEABES:2019:67
- Conclusie A-G Bleichrodt 1 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:746
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 maart 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:86
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 november 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:253
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 17 december 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:457
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 december 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:427
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 december 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:420
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 november 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:224
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 juli 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:304
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 juli 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:302
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 20 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:293
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 23 oktober 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:274
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 juli 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:271
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 juli 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:115
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:246
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 27 februari 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:35
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 mei 2012, ECLI:NL:OGHACMB:2012:BW7137
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 mei 2012, ECLI:NL:OGHACMB:2012:BW7127
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 25 april 2023, ECLI:NL:OGEAM:2023:73