HR 6 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:15

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Afstand van rechtsbijstand door ex art. 40 Sv aangewezen raadsman. Heeft betrokkene rechtsgeldig afstand gedaan van recht op rechtsbijstand waardoor hof niet gehouden was opvolgend raadsman aan betrokkene toe te voegen? Hof heeft vastgesteld dat ambtshalve aan betrokkene een raadsman is toegevoegd en dat deze raadsman, 2 weken voor inhoudelijke behandeling van ontnemingsvordering ttz. in hoger beroep van 16-6-2023, aan voorzitter hof heeft bericht dat hij zich als raadsman heeft onttrokken. Hof heeft verder o.m. vastgesteld dat voorafgaand aan die inhoudelijke behandeling van zaak tz. hebben plaatsgevonden op 25-9-2019, 8-9-2020 en 28-6-2022, dat oproepingen voor tz. telkens zijn verzonden naar adres in Marokko waarop betrokkene volgens BRP sinds 18-5-2017 was ingeschreven en dat betrokkene bij geen van tz. aanwezig was. Hof heeft vastgesteld dat oproeping voor tz. van 16-6-2023 en voor eerdere tz. telkens naar hetzelfde BRP-adres in Marokko is verzonden en dat raadsman ttz. van 8-9-2020 heeft meegedeeld dat betrokkene op de hoogte was van die tz. Uitsluitend deze vaststellingen kunnen niet ’s hofs oordeel dragen dat betrokkene op de hoogte was van tz. van 16-6-2023 en dat hij weet dat zijn raadsman zich heeft onttrokken. Hierop voortbouwend oordeel van hof dat betrokkene rechtsgeldig afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand is daarom ontoereikend gemotiveerd. Dat betrokkene rechtsgeldig afstand heeft gedaan van dat recht kan ook niet worden gebaseerd op verdere door hof aangeduide omstandigheden m.b.t. procesopstelling van betrokkene. Gelet op een en ander is ’s hofs oordeel ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/02995 P. Vervolg op HR:2018:2059 (strafzaak).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen