HR 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:830

(Mede)plegen delicten die verband houden met grootschalige phishing fraude (art. 138ab, 139d.2.a, 311.1, 326.1, 350a.1 en 420bis.1.a Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk). 2. Veroordeling verdachte in proceskosten (reiskosten naar politiebureau voor doen van aangifte) van benadeelde partij A. 3. Vordering benadeelde partij B wegens materiële schade. 4. Oplegging schadevergoedingsmaatregel t.b.v. slachtoffers B en C. 5. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. t/m 4. HR: art. 81.1 RO. Ad 5. HR ambtshalve: Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR:2022:714). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 2, 39 en 319 dagen kan worden toegepast. Samenhang met 22/04923 P.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken