HR 27 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:813

Telen van hennep (art. 3.B Opiumwet) en aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Kan uit omstandigheid dat verdachte gehoor heeft gegeven aan bevel OvJ tot afname van celmateriaal t.b.v. DNA-onderzoek, in welk bevel is vermeld dat verdachte “op 09-03-2011 door Rb Rotterdam is veroordeeld t.z.v. van art. 3/B jo 11 Opiumwet”, en i.v.m. deze veroordeling wangslijm van hem is afgenomen, worden afgeleid dat sprake is van omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv? Hof heeft kennelijk aangenomen dat geen sprake is van omstandigheid a.b.i. art. 408.1 Sv. O.g.v. art. 408.2 Sv moet verdachte in dat geval binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is, h.b. instellen tegen vonnis Rb. Van “omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is”, is sprake als verdachte op de hoogte wordt gesteld van datgene wat voor hem van belang is voor besluitvorming t.a.v. instellen van h.b., zoals aard of zwaarte van de bij vonnis opgelegde straf(fen) of maatregel(en) (vgl. HR:2013:BZ1940). ’s Hofs oordeel dat zich op 17-8-2011 omstandigheid heeft voorgedaan a.b.i. art. 408.2 Sv, is niet zonder meer begrijpelijk. Verdachte heeft gehoor gegeven aan bevel OvJ van 18-4-2011 tot afname van celmateriaal ten behoeve van DNA-onderzoek, in welk bevel is vermeld dat verdachte “op 09-03-2011 door Rb Rotterdam is veroordeeld t.z.v. art. 3/B jo 11 Opiumwet”, waardoor op 17-8-2011 i.v.m. deze veroordeling wangslijm van hem is afgenomen. Dat brengt echter nog niet met zich dat verdachte op (uiterlijk) die laatstgenoemde datum op de hoogte is geraakt van datgene wat voor hem van belang is voor besluitvorming t.a.v. instellen van h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken