HR 13 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:740

Onderzoek Amber. Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde feiten en andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. als leider deelnemen aan criminele drugsorganisatie, medeplegen voorbereidingshandelingen t.a.v. uitvoer en verkoop van cocaïne, medeplegen gewoontewitwassen en medeplegen vervoeren van heroïne, art. 36e.2 Sr. Methode van eenvoudige kasopstelling en methode van transactieberekening. 1. Motivering schatting w.v.v. t.a.v. “kasopstelling” over jaren 2012-2014. Heeft hof met voldoende mate van nauwkeurigheid bewijsmiddelen vermeld waaraan schatting van w.v.v. is ontleend? 2. Motivering schatting w.v.v. t.a.v. transactieberekening over periode 1-1-2015 tot en met 12-5-2015, art. 359.3 Sv. Kon hof (gelet op verweer van raadsman) voor gevolgtrekking over winstmarge per kilogram heroïne uitgaan van berekening van winstmarge die is genoemd in financieel rapport? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM9426, inhoudende dat beslissing op vordering a.b.i. art. 36e Sr inhoud moet bevatten van (wettige) b.m. waaraan schatting van w.v.v. voordeel is ontleend, en uit HR:2013:BV9087 m.b.t. eisen die worden gesteld aan motivering van schatting van w.v.v. Schatting w.v.v. over periode 1-1-2012 tot en met 31-12-2014 is niet toereikend gemotiveerd. Hof heeft deze schatting gebaseerd op als “kasopstelling” aangeduide opsomming van contante uitgaven in deze periode, die zijn overgenomen uit herberekening die is gevolgd op ontnemingsrapportage. Bij berekeningsmethode die vaak wordt aangeduid als eenvoudige kasopstelling, wordt berekeningssysteem gebruikt waarin contante uitgaven en ontvangsten over bepaalde periode worden becijferd en waarbij negatief verschil tussen contante uitgaven en ontvangsten, dat slechts veroorzaakt kan zijn door onverklaarde bron van ontvangsten, wordt aangemerkt als w.v.v. Enkele optelling door hof van contante uitgaven, zonder dat hof vaststellingen heeft gedaan over eventueel al aanwezige contanten aan begin van onderzochte periode en eventuele legale bronnen van inkomsten tijdens die periode, volstaat niet voor oordeel dat bedrag van contante uitgaven kan worden aangemerkt als w.v.v. Daarnaast is van belang dat hof onvoldoende nauwkeurig heeft vermeld op welke aan ontnemingsrapportage ontleende feiten en omstandigheden, de in schatting betrokken bedragen aan contante uitgaven zijn gebaseerd. Ook heeft hof niet vastgesteld door middel van of uit baten van welke feiten (bewezenverklaarde feiten of andere strafbare feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door betrokkene zijn begaan a.b.i. art. 36e.2 Sr) de betrokkene het geschatte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Ad 2. Ook (op transactieberekening gebaseerde) schatting door hof van w.v.v. over periode van 1-1-2015 tot en met 12-5-2015, is niet toereikend gemotiveerd. Hof heeft geoordeeld dat op pagina 16 van ontnemingsrapportage vermelde (berekeningen van) verkoopprijzen, inkoopprijzen en winstmarge goed zijn onderbouwd en daarom aannemelijk zijn en is uitgegaan van gemiddelde winstmarge van € 2.402 per kilo verkochte heroïne. Verdediging heeft hoogte van dit bedrag voldoende gemotiveerd betwist en heeft daartoe onder meer aangevoerd dat uit OVC-gesprekken, zoals weergegeven in financieel rapport, volgt dat bij meerdere transacties genoegen werd genomen met aanzienlijk lagere winstmarge. Hof heeft verweer verworpen en heeft daartoe slechts overwogen dat wat verdediging heeft aangevoerd bij gebrek aan concrete en verifieerbare onderbouwing geen aanleiding geeft correcties op berekeningen aan te brengen. Hof heeft in dat verband kennelijk geoordeeld dat door verdediging bedoelde transacties niet afdoen aan de in ontnemingsrapportage berekende gemiddelde winstmarge van € 2.402 per kilo heroïne. Daarbij heeft hof, gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, onvoldoende nauwkeurig benoemd of weergegeven op welke aan ontnemingsrapportage of andere wettige b.m. ontleende feiten en omstandigheden de verwerping van dit verweer berust. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/01465, 23/01510 P, 23/01511, 23/01513 P, 23/01593, 23/01604 en 23/01614 en met 23/01582 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend; verdachte n-o).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken