HR 8 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:535

Openlijke geweldpleging tegen 2 personen (A en B), art. 141.1 Sr. Omvang hoger beroep, art. 404.5 Sv. Kon hof oordelen dat tlgd. moet worden gezien als 1 feit, zodat gehele tll. aan oordeel van hof is onderworpen? Verdachte heeft tegen vonnis Rb (veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging tegen B, vrijspraak voor openlijke geweldpleging tegen A) onbeperkt h.b. ingesteld. Uit p-v van tz. in h.b. volgt dat raadsvrouw heeft aangevoerd dat h.b. van verdachte niet is gericht tegen vrijspraak in eerste aanleg van tlgd. m.b.t. A en dat in zoverre sprake is van “beschermde vrijspraak”. Middel berust op stelling dat sprake is van impliciet cumulatieve tll., waarin openlijk plegen van geweld tegen A en B is tlgd. en dat daardoor sprake is van “beschermde vrijspraak” van openlijke geweldpleging m.b.t. B. Daarmee wordt kennelijk bedoeld dat hof de verdachte o.g.v. art. 404.5 Sv in zoverre n-o had moeten verklaren in zijn h.b. Hof heeft geoordeeld dat tlgd. openlijke geweldpleging moet worden gezien als 1 feit en dat daarom gehele tll. van dit feit aan zijn oordeel was onderworpen. Hof heeft daarbij betrokken dat door strafbaarstelling in art. 141 Sr beschermd belang primair openbare orde is en dat in tll. 1 overtreding van art. 141 Sr is opgenomen ondanks daarin te onderscheiden geweldshandelingen. Dit oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat hier gaat om strafbaarstelling die betrekking kan hebben op meervoud van gedragingen maar dat daaruit niet voortvloeit dat bewezenverklaring van zo’n meervoud van gedragingen ook leidt tot meervoudige kwalificatie van dat feit (vgl. HR:2017:1113). Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken