HR 8 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:531

Belaging van ex-partner (art. 285b.1 Sr). Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel. Aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. materiële schade. Kon hof oordelen dat toegewezen bedrag van vordering b.p. wegens materiële schade en o.g.v. schadevergoedingsmaatregel opgelegde betalingsverplichting moeten worden vermeerderd met wettelijke rente vanaf begindatum van bewezenverklaarde periode? B.p. kan betaling van wettelijke rente vorderen over bedrag dat zij aan schade heeft geleden. In beginsel is wettelijke rente o.g.v. art. 6:83.b BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf moment waarop schade die gevolg is van onrechtmatige daad van verdachte, is ingetreden (vgl. HR:2019:793). Hof heeft vastgesteld dat b.p. materiële schade heeft geleden en dat deze schade rechtstreeks gevolg is van bewezenverklaarde. Hof heeft vordering b.p. wegens materiële schade toegewezen tot bedrag van € 408,60, voor dat bedrag schadevergoedingsmaatregel opgelegd en daarbij bepaald dat dit bedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16-6-2014. Daarmee heeft hof geoordeeld dat wat betreft verschuldigdheid van wettelijke rente datum van 16-6-2014 (aanvangsdatum van bewezenverklaarde periode) moet worden aangemerkt als datum waarop volledige materiële schade is ingetreden. In aanmerking genomen dat uit bijlage volgt dat b.p. in periode van 7-7-2014 tot en met 17-12-2014 behandelingen heeft ondergaan bij psycholoog waarvoor eigen risico van € 95,78 in rekening is gebracht en dat verder uit die bijlage volgt dat reiskosten en kosten voor Aware-systeem in periode van 16-6-2014 tot en met 14-11-2014 periodiek zijn gemaakt, is niet z.m. begrijpelijk oordeel hof dat materiële schade die gevolg is van bewezenverklaarde belaging, volledig is ingetreden op 16-6-2014, aanvangsdatum van bewezenverklaarde periode. HR doet zaak zelf af en bepaalt aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. schadepost van € 95,78 voor ‘kosten psycholoog’ op 17-12-2014 en t.a.v. schadeposten van € 250,32 voor ‘reiskosten’ en van € 62,50 voor ‘kosten Aware-kast’ in midden van periode waarin deze kosten zijn gemaakt (op 31-8-2014). Samenhang met 22/03990.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken