HR 25 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:450

Medeplegen opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR) en als bestuurder van vennootschap opzettelijk onjuiste stukken openbaar maken, meermalen gepleegd (art. 336 Sr). Bijkomende straf van ontzetting uit beroep bij rechtspersoon, art. 28.1.5 Sr, 339.1 Sr en 69.6 AWR. Kon hof bijkomende straf opleggen van ontzetting van recht van verdachte om beroep van ondernemer, in of buiten rechtspersoonlijkheid, uit te oefenen? O.g.v. art. 28.1 Sr kan verdachte worden ontzet uit onder meer recht bepaalde beroepen uit te oefenen. Die mogelijkheid bestaat in de bij wet bepaalde gevallen en als strafbaar feit is begaan in uitoefening van dat beroep. Deze ontzetting moet betrekking hebben op recht op uitoefening van beroep dat in voldoende verband staat met beroep waarin strafbaar feit is begaan (vgl. HR:2020:1378). V.zv. ‘s hofs beslissing inhoudt dat verdachte wordt ontzet van recht het beroep uit te oefenen van “ondernemer, in of buiten rechtspersoonlijkheid”, heeft hof miskend dat dergelijk ondernemerschap, zonder nadere specificatie, niet kan worden aangemerkt als uitoefening van voldoende bepaald beroep a.b.i. art. 28.1.5 Sr. HR doet zaak zelf af en vernietigt bijkomende straf v.zv. deze verder strekt dan ontzetting van recht tot uitoefening van beroep van bestuurder van rechtspersoon.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken