HR 11 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1648
Medeplegen poging tot moord, meermalen gepleegd (art. 289 Sr) door in 2021 in Rotterdam samen met anderen rond kwart voor 3 ’s nachts eerst stenen te gooien tegen raam van slaapkamer op eerste verdieping van woning en vervolgens handgranaat te gooien richting raam van die slaapkamer, waarna verdachte een AK-47 richt op eerste verdieping van die woning en trekker van dat automatische vuurwapen overhaalt, terwijl slachtoffers zich op dat moment bevinden in woonkamer op begane grond. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte (vol) opzet gehad op dood van slachtoffers? Hof heeft vastgesteld dat verdachte en zijn mededaders rond 2:40 uur ‘s nachts stenen hebben gegooid tegen raam van de, op eerste verdieping gelegen, slaapkamer van A en B. Vervolgens hebben verdachte en zijn mededaders een scherpe handgranaat gegooid in richting van dat raam, waarna verdachte een automatisch vuurwapen heeft gericht op eerste verdieping van die woning. Verdachte heeft daarbij trekker van dat vuurwapen overgehaald maar vuurwapen weigerde. Normaal gesproken zouden A en B rond tijdstip van aanslag in die slaapkamer in bed hebben gelegen. Omdat zij die nacht bezoek hadden gehad en bezoek net weg was, bevonden zij zich echter in woonkamer op begane grond. Daar brandde op dat moment nagenoeg geen licht. Mede o.b.v. deze vaststellingen heeft hof geoordeeld dat verdachte heeft gehandeld met het voor medeplegen van poging tot moord vereiste opzet. Hof heeft daartoe o.m. overwogen dat omstandigheid dat slachtoffers zich op moment van aanslag, in nachtelijke uren, niet in hun slaapkamer bevonden, louter op toeval berustte, en dat (als handgranaat in slaapkamer was ontploft) die ontploffing naar ervaringsregels dodelijk zou kunnen zijn geweest voor personen die zich op dat moment in die slaapkamer hadden bevonden. ‘s Hofs oordeel dat gedragingen van verdachte en zijn mededaders een poging tot moord op A en B opleverden en zijn daarin besloten liggende oordeel dat verdachte opzet had op dood van A en B, ook al bevonden dezen zich op moment van aanslag niet in slaapkamer maar op begane grond van woning, geven niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en zijn niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl