HR 4 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1621

Kinderontvoering naar India. Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en medeplegen onttrekking van minderjarige aan wettig gezag (art. 279.2 Sr) door in 2016 in Amsterdam 2-jarig meisje met geweld weg te halen bij haar moeder en haar naar India te brengen. 1. Heeft hof grondslag van tll. verlaten door periode en strafverzwarende omstandigheid bewezen te verklaren, die niet zijn tlgd.? 2. Bewijsklacht t.a.v. aanwezigheid bij “meerdere” bijeenkomsten. 3. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte (bij de door hem uitgevoerde observaties) willens en wetens aanmerkelijke kans aanvaard dat gedragingen van plegers wederrechtelijk zouden zijn? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01916, 24/01953, 24/02019 en 24/02069.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02184
Datum 4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024, nummer 23-002803-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken