HR 1 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1033
OM-cassatie. OM n-o in vervolging t.z.v. opzettelijk niet voldoen aan fiscale informatieplicht (art. 47.1 jo. 69.1 AWR). Kon hof OM n-o verklaren in vervolging wegens gebruik voor strafrechtelijke doeleinden van de door Duitse autoriteiten verstrekte informatie? Overeenkomstig art. 27.2 Belastingverdrag Nederland-Duitsland en art. 16.1 (oud) Richtlijn 2011/16/EU mogen spontaan door Duitse autoriteiten verstrekte gegevens worden gebruikt voor de in die bepalingen genoemde doeleinden, zonder dat daarvoor toestemming van Duitse autoriteiten is vereist. Tot deze doeleinden behoren o.m. gebruik van gegevens voor handhaving of vervolging t.z.v. de in art. 27.1 Belastingverdrag Nederland-Duitsland genoemde belastingen respectievelijk gebruik van gegevens in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke procedures wegens overtreding van belastingwetgeving. O.g.v. art. 27.2 Belastingverdrag Nederland-Duitsland en art. 16.2 (oud) Richtlijn 2011/16/EU is wel toestemming van bevoegde autoriteiten vereist bij gebruik voor andere dan in die bepalingen vermelde doeleinden, waaronder vervolging wegens niet-fiscale delicten. Oordeel van hof dat, gelet op inhoud van e-mailbericht van Duitse Bundeszentralamt für Steuern, verstrekte informatie niet voor vervolging van fiscaal delict mocht worden gebruikt, is niet begrijpelijk. Daarbij neemt HR in aanmerking dat e-mailbericht, mede gelet op verwijzingen daarin naar Belastingverdrag Nederland-Duitsland en Richtlijn 2011/16/EU, ertoe strekt dat gehandeld wordt overeenkomstig hiervoor weergegeven juridisch kader. In licht daarvan kan e-mailbericht moeilijk anders worden opgevat dan dat verstrekte gegevens mochten worden gebruikt voor de in die bepalingen genoemde doeleinden, zonder dat daarvoor toestemming van Duitse autoriteiten was vereist. Tot deze doeleinden behoren o.m. gebruik van gegevens voor vervolging t.z.v. de in art. 27.1 Belastingverdrag Nederland-Duitsland genoemde belastingen resp. gebruik van gegevens in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke procedures wegens overtreding van belastingwetgeving, waaronder begrepen vervolging van verdachte n.a.v. niet voldoen aan informatievordering o.g.v. art. 47 AWR met oog op correcte belastingheffing. Gelet hierop is ook ’s hofs oordeel dat sprake was van “niet geoorloofd gebruik van (voor fiscale doeleinden verkregen) gegevens voor deze strafprocedure”, niet begrijpelijk. Van belang hierbij is dat verdachte door OM wordt vervolgd voor niet-voldoen aan verzoek om informatie aan Belastingdienst te verstrekken over zijn buitenlandse vermogen, waarbij verplichting tot verstrekken van die informatie voortkomt uit (in licht van hiervoor weergegeven juridisch kader toegelaten) gebruik van de door Duitse autoriteiten verstrekte informatie. Uit de door hof in aanmerking genomen f&o kan immers niet volgen dat sprake was van ‘ongeoorloofd’ gebruik van gegevens. Daar komt bij dat uit die f&o ook niet kan volgen dat in dit geval sprake was van ‘gebruik’ van gegevens ‘voor de(ze) strafprocedure’. Strafrechtelijke vervolging ziet immers louter op niet voldoen aan verzoek om informatie. Over die informatieweigering hebben Duitse autoriteiten geen gegevens verstrekt. Ook voor het overige kunnen overwegingen van hof niet zijn oordeel dragen dat OM n-o is in vervolging van verdachte wegens schending van beginselen van behoorlijke procesorde. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01529, 24/01530, 24/01531, 24/01533, 24/01534, 24/01535, 24/01536 en 24/01537.
De uitspraak op rechtspraak.nl