HR 18 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:836
Bedreiging van portiers van café met misdrijf tegen leven gericht, art. 285.1 Sr. Toewijzing vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade o.g.v. oogmerk tot toebrenging daarvan (art. 6:106.a BW). O.g.v. art. 6:106.a BW heeft benadeelde recht op naar billijkheid vast te stellen vergoeding van immateriële schade als aansprakelijke persoon oogmerk had om zodanige schade toe te brengen. In totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling is daarbij bijvoorbeeld gedacht aan beschadigen of vernielen van zaak met oogmerk daarmee immateriële schade toe te brengen (vgl. HR:2001:AB2775). Onder hier bedoeld ‘oogmerk’ moet worden verstaan de bedoeling om een ander immateriële schade toe te brengen. Daarvoor volstaat niet dat verdachte opzettelijk situatie heeft geschapen waardoor aan b.p. immateriële schade is toegebracht (vgl. HR:2020:868). ’s Hofs oordeel dat gevorderde immateriële schade o.g.v. art. 6:106.a BW deels voor vergoeding in aanmerking komt omdat verdachte met bewezenverklaarde bedreiging oogmerk had b.p. immateriële schade toe te brengen, is niet toereikend gemotiveerd. Uit ’s hofs vaststellingen volgt niet zonder meer dat oogmerk van verdachte was gericht op toebrengen van immateriële schade. Daarom slaagt middel ook v.zv. dat opkomt tegen oplegging schadevergoedingsmaatregel. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing. CAG (strekking): vernietiging t.a.v. strafoplegging en vordering b.p. en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl