HR 16 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:596

Voorhanden hebben van patroonmagazijn en kogelpatronen (art. 26.1 WWM). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Kan akte van uitreiking worden aangemerkt als omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv, nu in akte van uitreiking enkel parketnummer van vonnis politierechter en persoonsgegevens van verdachte zijn vermeld maar daaraan geen mededeling uitspraak is gehecht? Verdachte is in eerste aanleg bij verstek veroordeeld, inleidende dagvaarding is niet in persoon aan hem uitgereikt, vonnis Pr is uitgesproken op 7-10-2020 en namens verdachte is op 7-4-2021 h.b. ingesteld. Bij stukken bevindt zich akte van uitreiking van 15-3-2021 waarin parketnummer van strafzaak in e.a. en persoonsgegevens van verdachte zijn vermeld maar waaraan geen mededeling van uitspraak is gehecht. ‘s Hofs oordeel dat vonnis Pr van 7-10-2020 op 15-3-2021 aan verdachte in persoon is betekend en zich dus omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte toen bekend was, is niet zonder meer begrijpelijk. In akte van uitreiking zijn immers slechts parketnummer van dat vonnis en persoonsgegevens van verdachte vermeld, terwijl daaruit niet blijkt welk stuk aan verdachte is uitgereikt en evenmin ‘mededeling uitspraak’ aan die akte is gehecht. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl