HR 17 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1873

Niet voldoen aan bevel medewerking nader onderzoek van uitgeademde lucht, art. 184.1 Sr. Is bevel mee te werken aan nader onderzoek van uitgeademde lucht (art. 55e.1 Sv) rechtsgeldig gegeven, ook al is daaraan geen voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (art. 55d.1.a Sv) voorafgegaan? HR herhaalt relevante overweging uit HR:2015:3325 dat rechter bij vervolging voor opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering ‘krachtens wettelijk voorschrift gedaan’ a.b.i. art. 184 Sr moet onderzoeken of wettelijk voorschrift verbindend is en of bevel rechtmatig is gegeven. O.g.v. art. 55e.1 jo. 55d.1 Sv kan opsporingsambtenaar verdachte van geweldsmisdrijf a.b.i. art. 55d.1 Sv bevelen medewerking te verlenen aan nader onderzoek van uitgeademde lucht als vermoeden bestaat dat hij alcohol heeft gebruikt boven grenswaarde a.b.i. art. 55d.4 Sv (350 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht of 0,8 milligram alcohol per milliliter bloed). Uit tekst en totstandkomingsgeschiedenis van art. 55e.1 Sv blijkt dat dit vermoeden niet alleen kan ontstaan o.g.v. onderzoek a.b.i. art. 55d.1.a Sv maar ook ‘op andere wijze’, bijvoorbeeld door constatering dat adem van verdachte naar alcohol ruikt en hij een of meer uiterlijke kenmerken vertoont die wijzen op alcoholgebruik, zoals bloeddoorlopen ogen. Voor bewijs gebruikt p-v houdt als waarneming van opsporingsambtenaar in dat verdachte rood doorlopen ogen had, smakkende geluiden maakte, met dubbele tong sprak en dat zijn adem naar alcohol rook. Kennelijk heeft hof geoordeeld dat opsporingsambtenaar hieraan vermoeden kon ontlenen dat verdachte alcohol had gebruikt boven grenswaarde a.b.i. art. 55d.4 Sv, zodat bevel tot nader onderzoek o.g.v. art. 55e.1 Sv rechtmatig is gegeven. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken