HR 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3325
1. Verblijfsontzetting, verwijderingsbevel, art. 172.3 Gemeentewet, art. 2:3 APV Utrecht 2010. Een krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel a.b.i. art. 184 Sr? 2. Rechtmatig gegeven bevel? Ad 1. De HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:1742. De burgemeester heeft door het uitvaardigen van het Mandaatbesluit verblijfsontzeggingen kennelijk de hem in art. 172.3 Gemeentewet toegekende bevelsbevoegdheid uitgeoefend en gelet op de inhoud van dat besluit daarbij bepaald dat zijn bevel is gegeven voor de in art. 2:3 APV Utrecht 2010 nauwkeurig omschreven gevallen. Een krachtens het binnen aldus kenbaar gemaakte grenzen gegeven bevel van de burgemeester door een politieambtenaar gegeven verwijderingsbevel kan worden aangemerkt als een krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel a.b.i. art. 184 Sr. Ad 2. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AE2126: voor een veroordeling t.z.v. art. 184 Sr is vereist dat komt vast te staan dat van een rechtmatig bevel sprake is. Daarom kan niet worden aanvaard dat een verweer ter zake de rechtmatigheid van het gegeven bevel kan worden verworpen op de grond dat, nu geen gebruik is gemaakt van de bestuursrechtelijke rechtsgang, ervan moet worden uitgegaan dat het bevel zowel wat de wijze van totstandkomen als wat zijn inhoud betreft in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften en algemene rechtsbeginselen Het Hof heeft dit miskend door te oordelen dat de omstandigheid dat verdachte geen rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de verblijfsontzegging meebrengt dat dit besluit voor de strafrechter is komen vast te staan en het Hof van de rechtmatigheid van het daarin gegeven bevel dient uit te gaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl