HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1726
Belaging ex-partner en kinderen, meermalen gepleegd (art. 285b.1 Sr) en handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a.1 Sr). Wrakingsverzoek na sluiting onderzoek ttz. maar voor einduitspraak, art. 512 en 513 Sv. Had hof einduitspraak mogen doen, nu verdachte na sluiting van onderzoek ttz. maar vóór einduitspraak een wrakingsverzoek had ingediend? Verzoek tot wraking van zittingsrechter(s) kan niet meer worden ingediend nadat einduitspraak is gedaan. Een voorafgaand aan uitspraak maar na sluiting van onderzoek ttz. schriftelijk ingediend wrakingsverzoek is tijdig gedaan als het bij gerecht is ingekomen op zodanig tijdstip dat betrokken rechter(s) daarvan redelijkerwijs nog kennis kon(den) nemen. Als verzoek in dit opzicht tijdig is ingediend, maar daarop door wrakingskamer niet kan worden beslist vóór tijdstip waarop uitspraak is bepaald, moet zittingsrechter (i.v.m. art. 345.3 Sv) onderzoek ttz. in afwachting van beslissing van wrakingskamer heropenen en schorsen (vgl. HR:2010:BJ9926). Uit overwegingen wrakingskamer blijkt dat wrakingsverzoek in dit opzicht tijdig is ingediend, te weten 2 dagen vóór einduitspraak. Aangenomen moet worden dat betrokken rechters daarvan kennis konden nemen voordat einduitspraak werd gedaan. Dit brengt mee dat hof onderzoek ttz. in afwachting van beslissing van wrakingskamer had moeten heropenen en schorsen en nog geen einduitspraak had mogen doen. Dit hoeft echter wegens gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden. Immers, als hof na indiening van wrakingsverzoek wel in afwachting van beslissing van wrakingskamer was overgegaan tot heropening en schorsing, zou dat (nu wrakingskamer de verdachte niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat verzoek niet is gedaan zodra daarin genoemde feiten en omstandigheden aan verdachte bekend zijn geworden, en tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstond) niet tot andere einduitspraak van hof hebben geleid. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl