HR 22 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1508

Bedreiging met terroristisch misdrijf door in penitentiaire inrichting te zeggen dat verdachte op de Dam iedereen met een AK-47 zal doodschieten, art. 285.3 Sr. Is sprake van bedreiging van toezichthouder van P.I. en medegedetineerde met terroristisch misdrijf tegen derden? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1890 m.b.t. vereisten voor veroordeling t.z.v. bedreiging met terroristisch misdrijf. Hof heeft geoordeeld dat verdachte toezichthouder en medegedetineerde heeft bedreigd met terroristisch misdrijf door tegen hen te zeggen dat hij naar de Dam zou gaan en iedereen met een AK-47 zou doodschieten en dat bij toezichthouder en medegedetineerde in redelijkheid vrees kon ontstaan dat verdachte een misdrijf zou plegen dat erop was gericht (deel van) Nederlandse bevolking ernstige vrees aan te jagen. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij is niet van belang of diegenen tegen wie in bedreiging bedoeld terroristisch misdrijf (hier bestaande uit doden van nog onbekende personen met oogmerk (deel van) bevolking vrees aan te jagen) zou worden gepleegd, met deze bedreiging bekend zijn geworden en of opzet van verdachte ook op dit bekend worden was gericht. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken