HR 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1007

Mensenhandel, art. 273f Sr. Post-Keskin, overleden getuige. Heeft hof de verklaringen van inmiddels overleden getuige voor bewijs kunnen gebruiken, terwijl verdediging t.a.v. die, inmiddels overleden, getuige niet ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576 en HR:2021:1418 m.b.t. gevallen waarin rechter voor bewijs gebruik wil maken van een door getuige afgelegde verklaring, terwijl verdediging niet behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om t.a.v. getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, vraag of proces als geheel eerlijk is verlopen, gewicht van verklaring, reden voor uitblijven van ondervragingsgelegenheid en bestaan van voldoende compenserende factoren. Verdediging heeft niet ondervragingsrecht t.a.v. getuige kunnen uitoefenen, omdat hij nog voordat verhoor bij RC kon plaatsvinden, is overleden. Hof heeft door hem in vooronderzoek afgelegde verklaringen voor bewijs gebruikt. Hof heeft in dit verband overwogen dat bewezenverklaring niet uitsluitend of in beslissende mate is gestoeld op verklaringen van deze getuige, omdat zijn verklaringen slechts verklaringen van aangeefster ondersteunen en dat zij voor bewijs kunnen worden gebruikt zonder dat sprake is van oneerlijk proces. Hof is hierbij niet ingegaan op (eventueel) bestaan van compenserende factoren voor ontbreken van gelegenheid om getuige te ondervragen. ’s Hofs kennelijke oordeel dat bewezenverklaring (in overeenstemming met eisen van eerlijk proces) mede kan worden aangenomen o.g.v. de in vooronderzoek afgelegde verklaringen van overleden getuige, ook zonder dat bestaan van compenserende factoren is komen vast te staan, is niet zonder meer begrijpelijk. Daarvoor is van belang dat hof weliswaar heeft geoordeeld dat bewezenverklaring niet uitsluitend of in beslissende mate is gestoeld op zijn verklaringen, maar dat (i) in ‘s hofs overwegingen ook tot uitdrukking komt dat er geen reden is om aan betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster te twijfelen omdat deze “op essentiële onderdelen” worden ondersteund door onder meer verklaringen getuige, terwijl (ii) alleen zijn verklaringen betrekking hebben op rol die verdachte had i.v.m. werkzaamheden van aangeefster en overige door hof gebruikte bewijsmiddelen niet méér inhouden dan dat mede door verdachte een studio is gehuurd in Antwerpen en dat politiecontrole van aangeefster heeft plaatsgevonden in Utrecht. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken