HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:855
Opzettelijk minderjarigen onttrekken aan gezag door 2-jarige dochter en 6-jarige dochter na vakantie in Egypte niet terug te brengen naar hun moeder in Nederland en dochters gedurende periode van 15 jaren daar te houden, art. 279.1 en 2792.2 Sr. Rechtsmacht, art. 2 Sr. Heeft hof terecht geoordeeld dat Nederland rechtsmacht heeft over tlgd. onttrekken van 2 minderjarigen aan wettig gezag of opzicht en dat OM daarom ontvankelijk is in vervolging? O.g.v. art. 2 Sr is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan een strafbaar feit schuldig maakt. Als er - naast in Nederland gelegen plaatsen - ook buiten Nederland gelegen plaatsen zijn die kunnen gelden als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd, is o.g.v. deze wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook t.a.v. gedragingen die deel uitmaken van dat strafbare feit en die buiten Nederland hebben plaatsgevonden. Opvatting dat rechtsmacht o.g.v. art. 2 Sr in geval als dit alleen kan worden uitgeoefend als “gedraging en gevolg afzonderlijke bestanddelen van delict zijn”, vindt geen steun in het recht. ’s Hofs oordeel dat Nederland rechtsmacht heeft over tlgd. onttrekken van 2 minderjarigen aan wettig gezag of opzicht en dat OM daarom ontvankelijk is in vervolging, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat verdachte moeder heeft verhinderd om in tlgd. periode in Nederland het haar toegekende gezag over hun kinderen uit te oefenen. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl