HR 11 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:531

Eenvoudige belediging, meermalen gepleegd (art. 266.1 Sr) en misbruik van identificerende persoonsgegevens (art. 231b Sr). Heeft verdachte identificerende persoonsgegevens van aangever gebruikt met oogmerk om haar identiteit te verhelen en identiteit van aangever te misbruiken? Art. 231b Sr bepaalt dat opzettelijk gebruik van identificerende persoonsgegevens van ander strafbaar is als uit gebruik enig nadeel kan ontstaan. Daarbij moet verdachte oogmerk hebben om zijn identiteit te verhelen of identiteit van ander te verhelen of misbruiken. Deze strafbaarstelling richt zich op gevallen waarbij men derden daadwerkelijk het idee geeft dat zij te maken hebben met persoon van wie identiteit onterecht is aangenomen. Daaronder valt echter, zoals volgt uit wetsgeschiedenis, ook geval waarin iemand op naam van ander en zonder diens instemming account aanmaakt, waarna die ander op account in een kwaad daglicht wordt gesteld met reputatieschade als gevolg. Hof heeft onder meer vastgesteld dat verdachte “nepaccounts” van aangever heeft aangemaakt, zonder dat aangever daarmee had ingestemd. Deze nepaccounts bevatten telkens persoonlijke gegevens betreffende aangever, waaronder zijn naam en foto. Op nepaccounts heeft verdachte aangever vervolgens in een kwaad daglicht gesteld, waardoor aangever reputatieschade heeft geleden. Hof heeft verder vastgesteld dat van ironie of humor geen sprake is. Hof heeft op basis van deze vaststellingen geoordeeld dat verdachte accounts en profielen heeft aangemaakt “als zijnde aangemaakt” door aangever en daarbij identificerende persoonsgegevens van aangever heeft gebruikt met oogmerk om haar identiteit te verhelen en identiteit van aangever te misbruiken. Dat oordeel geeft tegen achtergrond van wat hiervoor is vooropgesteld niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is ook in het licht van gevoerd verweer toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken