HR 26 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1698

Misbruik van identificerende persoonsgegevens door i.h.k.v. mobiele toezichtcontrole Duitse verblijfsvergunning die op naam van ander is gesteld te overhandigen, art. 231b Sr. Welke uitleg dient te worden gegeven aan bestanddeel “enig nadeel” a.b.i. art. 231b Sr? Art. 231b Sr bepaalt dat opzettelijk misbruik van identificerende persoonsgegevens van ander strafbaar is indien uit dat misbruik “enig nadeel kan ontstaan”. Uit wetsgeschiedenis blijkt dat deze bepaling slechts ertoe strekt (potentiële) slachtoffers van misbruik van hun persoonsgegevens te beschermen tegen nadelige gevolgen die dit misbruik voor hen kan hebben. Mede in aanmerking genomen de omstandigheid dat art. 231b Sr is bedoeld als aanvulling op de art. 231 en 231a Sr, waarin bestanddeel ”enig nadeel” niet is genoemd, moet worden aangenomen dat vereiste dat ”enig nadeel” van gebruik van identificerende persoonsgegevens ex art. 231b Sr uitsluitend betrekking heeft op mogelijk nadeel voor in art. 231b Sr bedoelde ”ander” wiens persoonsgegevens door verdachte zijn misbruikt. Hof heeft geoordeeld dat uit in bewezenverklaring genoemd gebruik van identificerende persoonsgegevens van A door verdachte, “enig nadeel [kon] ontstaan” ex art. 231b Sr. Dat oordeel is niet toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat uit bewijsvoering niet z.m. kan worden afgeleid dat voor die A enig nadeel kon ontstaan. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen